|
|
|
|
De geschiedenis van Opdorp in een notendop.Opdorp (in 1236 vermeld als Oppendorp = open dorp) was een vrije heerlijkheid van het land van Bornem. Waarschijnlijk behoorde Opdorp in de 10de eeuw aan de kasteelheren van Gent en vervolgens aan de graven van Vlaanderen. Men weet dat Opdorp zijn vrijheid verwierf in 1258. Toen schonk Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, geheel Opdorp als vrijheerlijkheid aan Willem van Grimbergen, heer van Assche, voor de vele hem bewezen diensten. Door het huwen van Elisabeth van Grimbergen met Geeraard van Marselaer, kwam Opdorp aan het geslacht van Marselaer en zou dit gedurende eeuwen blijven. Na het bekomen van de vrijheidskeure, waardoor Opdorp een soort immuniteitsgebied was geworden, was men ontslagen van alle publieke lasten die de graaf van Vlaanderen (of de hertog van Brabant) nog zou heffen. Opdorp ligt op de grens tussen Vlaanderen en Brabant. Het was een VRIJ LAND en de Opdorpenaars zouden daar dankbaar gebruik van maken ten bate van de bewoners. Zo heeft Opdorp nooit een bestuurscollege gekend dat eigenmachtig belangrijke beslissingen trof. Wanneer er te Opdorp belangrijke beslissingen waren te treffen, dan nodigden de schepenen (belast met het dagelijkse bestuur) alle "gegoeyden" uit op een dorpsvergadering, waar dan het probleem werd kenbaar gemaakt en waar gezamenlijk naar de beste oplossing werd gezocht. Te Opdorp was het dan ook de gewoonte dat de beslissingen werden ondertekend door alle aanwezigen op die volksvergaderingen. Vandaar dat men in het archief zoveel brieven kan aantreffen met een honderdtal handtekeningen van de bewoners(van wie er een twintigtal een kruisje plaatsten). Een spoor van godsdienstig leven vinden we in de melding van de oprichting van een kapel toegewijd aan O.-L.-Vrouw. Ze werd opgericht in 1435 door Adriaen van Marselaer, gehuwd met Mathilde Van Assche, heer van Opdorp. Een andere vermelding is van 17-3-1475. Toen stipuleerde Gillis van Marselaer in zijn testament, dat er twee gulden moest gebruikt worden voor de kapel van Opdorp
Een zeer interessant document is het XXste penningscohier van Opdorp (1572) met de volledige opsomming van eigendommen, ligging, benaming en oppervlakte. Hieruit weten we dat het kasteel van Opdorp toen bewoond werd door Jan van Marselaer. De kapel beschikte over een gewaarborgd inkomen dankzij onroerende eigendommen, rentebrieven naar aanleiding van uitgeleende bedragen en vaste giften in natura en landpachten. Om die gelden en bezittingen zorgvuldig te beheren werd er jaarlijks een "gesworen Capellemeester" aangesteld. Op een lijst(Rijksarchief Gent, Kerkarchief Opdorp, Bundel2) treffen we de datum in 1597 Gillis Piessens als kapelmeester
In 1600 werd de kapel grotendeels herbouwd en vermoedelijk werden er van dan af op geregelde tijdstippen plechtigheden voorzien. Zo vond P.Servaes in het rijksarchief te Gent nog een rekening uit 1602, betreffende de aankoop van miswijn en misbrood te Dendermonde. Ook in 1602 was er een vergoeding voorzien "aende Gulde van Buggenhout op de peertmerckt". Wat er toch schijnt op te wijzen dat er ter gelegenheid van de jaarmarkt een eucharistieviering plaats had, die zelfs werd opgeluisterd door gilden uit het omliggende. Tevens is dit de vroegste vermelding van de jaarmarkt.
In 2001 telt Opdorp 2000 inwoners en 750 woningen
|