Terug

Brief over de jaarmarkt

In het midden van de lindendreef stond een klein tentje - of iets meer dan een tentje, maar toch te klein om een circus te zijn. Het uithangbord was redelijk goed; een groot opschrift : "Simba de Koning van de Wildernis". Daaronder was een leeuw geschilderd, met zijn muil wijd open, en het bloed liep van zijn baard, en hij liet zijn tanden zien, verschrikkelijk, en hij deed een sprong naar een hoop reebokken en buffels en alle soorten beesten, die het bos in vluchten. Maar voor hem stond een grote mooie vrouw met een zweep, en goed voorzien van oren en poten, en ze had niks aan dan een kort zwembroekje. Dus , een echte dierentemmer, en jij zou er u ook laten door temmen. En het was maar vijf frank inkom voor de levende leeuw en de levende dierentemmer, en het kotje zat zo vol als een ei.

Maar toen het gedaan was kreeg men Simba niet terug in zijn kot. Het was daar waarschijnlijk te benauwd, of hij was weerspannig, ik weet het niet, maar in één keer deed hij een sprong en hij zat in het gangpad tussen het volk dat naar buiten trok. Jij kan je voorstellen wat een lawaai dat er gemaakt werd. De vrouwen en mannen begon te roepen en te schreeuwen en te dringen om buiten te zijn, precies alsof alles in brand stond. En nochtans, de leeuw beet niet, hij was zelf bang; hij maakte zich zo klein als hij maar kon en kroop tussen de benen van het volk snel naar buiten.  Maar toen hij buiten kwam werd dat geroep en dat geschreeuw nog veel erger.  Wat het volk allemaal deed, heb ik al verteld.  Siemba wist niet waar naartoe; hij keerde zich naar rechts en het volk begon te brullen en vluchtte naar den Biekorf; hij keerde zich naar links en het volk stormde weg naar de andere kant, naar de kerk toe.  Op de duur sprong hij in twee sprongen dwars over de lindendreef, recht naar de autoscooter.  Die stond daar nog te draaien dat het een plezier was, en het  volk dat er in zat wist nog van niks - die scooter maakte zelf teveel lawaai, en alles gebeurde toch erg plots.  Siemba sprong omhoog over de leuning van de scooter en de mensen waren daar juist aan het lachen met de schele metser en zijn vrouw, Stiena heet ze, een rode vosse, en haar haar vloog naar alle kanten, want ze zat alleen in haar autootje en ze kon er geen weg mee, en de schele zat ook alleen in een autootje, en hij kwam er steeds met opzet mee tegen haar gebotst. Maar opeens begon Simba te brullen en ze zagen hem daar staan, je kan je voorstellen hoe erg ze schrokken, en ze vluchten allemaal gelijktijdig uit hun autootjes en over de leuning recht naar beneden en de schele was ook al weg en Stiena zat daar moederziel alleen met die leeuw vlak voor haar; het sloeg in haar benen, en haar ogen en haar mond stonden wijd open en haar haar stond recht van de schrik.  Maar dan kwam er beweging in, en ze sprong uit haar autootje, en ze wou ook over de leuning, maar ze bleef hangen en haar rok scheurde af, en met vijf man tegelijk trokken ze haar naar beneden en ze vluchtten mee met de rest, maar de schele was niet meer te horen of te zien.

En nu stond Simba daar alleen boven op de autoscooter, en die autootjes waren ineens stilgevallen en hij maakte zich zo bang dat hij heel de plankenvloer vol plaste. Hij sprong terug naar beneden en hij zag zijn dierentemmer afkomen met haar zweep, en dat andere volk van het circus met stokken en koorden. En hij kroop snel onder de autoscooter, zo ver als maar kon. En ze trokken aan zijn staart en hij gaf de dierentemmer met zijn klauw een slag op haar arm dat het bloed eruit droop; maar niks gekort, ze trokken hem achterwaarts op zijn buik van onder de autoscooter en ze bonden zijn poten vast en trokken een mand over zijn kop en ze sleurden hem dadelijk in zijn hok. Toen alles gedaan was, stonden de champetter en de hulpchampetter ook, en toen ze zagen dat de leeuw goed binnen zat, begonnen ze de sukkelaars van zigeuners uit te schelden, en proces-verbaal te maken en ze moesten maken dat hun tent binnen het kwartier afgebroken was. En dat ze onmiddellijk met alles vertrokken en dat ze zich nooit meer in Opdorp lieten zien.  De dierentemmer haar vader had haar een windel rond haar arm gedraaid en ze mocht een oude regenmantel boven haar zwembroekje dragen, en ze ruimden op en waren weg.

Na die schrik en dat geschreeuw begon het volk te lachen en te roepen en er kwam geschetter en gelach van alle kanten, en dat duurde wel een kwartier lang, van de ene van de markt naar de andere en daarmee kwam alles terug op zijn plooi.  Iedereen had er dorst van gekregen en ze trokken naar de cafés, ze begonnen te drinken en te vertellen, en ze hadden allemaal wat anders gezien en ze dronken ook voor de dorst die nog komen zou.  Nimmer hebben er te Opdorp van 's middags zoveel zatte mensen geweest, en dat duurde en dat bleef duren tot een diep in de nacht.  En rond een uur of twaalf 's nachts stond Polidorke van de Rupsennest  nog met zijn Natalie in "De halve maan" met wel honderd man rond hem en hij begon een vertoning te geven in de plaats van het circus dat weggejaagd was."Ik ben Simba" riep Polidorke en hij zette zich op handen en voeten en hij brulde als de leeuwen en hij vloog recht naar zijn dikke Natalie en hij wou haar opnieuw in een boom doen kruipen.  Maar Natalie pakte hem bij zijn hoofd en zwierde hem drie vier keer rond, ze wierp hem onder de tafel zodat hij met zijn kromme beentjes lag te spartelen in de lucht. "Ziezo, zei Natalie, hij ligt al onder de autoscooter"

Er waren er slechts twee die ze heel de dag en nacht niet meer gezien hebben. en dat was de schele metser zijn rosse Stiena. Ze zeggen dat ze ruzie gemaakt hebben.